Zoeken naar cultuur in Nederland
 
  Reis door cultuur in Nederland
 
  over cultuurwijs abonneer
 
home
terug
opnieuw zoeken
opnieuw zoeken

De etstechniek van Rembrandt

Projectpakket Rembrandt van Rijn (1606-1669)
Rembrandt van Rijn
De Honderdguldenprent
Ca. 1647-1649
Rijksmuseum, Amsterdam
 

De eerste etsen verschenen in de 16de eeuw. De techniek werkt als volgt. De kunstenaar brengt op een koperen plaat aan de ene kant de etsgrond aan, een dunne laag was met asfalt, en hij vernist de achterkant van de plaat. Hij tekent vervolgens met een etsnaald, een scherpe stalen naald in de vorm van een potlood, een voorstelling in de waslaag. In de lijnen van de tekening komt het koper van de plaat tevoorschijn. De plaat wordt ondergedompeld in een bad met een bijtend zuur. Dit is meestal salpeterzuur vermengd met zwavelzuur of ijzerchloride. 

Het zuur bijt de lijnen in de koperplaat, daar waar de was door de tekening is weggekrast. Het vernis aan de achterzijde beschermt de koperplaat tegen het zuur. De etsgrond wordt weggepoetst en de tekening staat nu in de ondiepe groefjes op de plaat. Deze wordt ingesmeerd met inkt en daarna schoongeveegd zodat de inkt in de groefjes achterblijft. De plaat wordt bedekt met een vel papier en gaat door de etsdrukpers. Het papier zuigt de inkt op uit de groefjes en zorgt ervoor dat de tekening op het papier verschijnt. 

Rembrandt gebruikte vaak de drogenaaldmethode. Dit is geen etstechniek omdat de tekening niet met zuur wordt uitgebeten. De kunstenaar krast de voorstelling met een scherpe naald direct op een metalen plaat. De afdruk van de drogenaaldlijnen is een beetje fluwelig omdat het metaal dat wordt weggekrast langs de lijnen blijft staan en wat inkt vasthoudt. Op een normale etsplaat slijten de lijnen na ongeveer vijftig afdrukken. Een plaat waarop getekend is met de drogenaald kan ongeveer twintig keer worden gebruikt.


 

 



Hoofdartikel:
•  Rembrandt van Rijn (1606-1969)

Zie ook..
 
Instelling:
Rijksmuseum
 
Publicatiedatum:
12 maart 2004